Logo JCOR

De hele keten moet meewerken!

Gepubliceerd op 2 oktober 2026

De situatie bij de Suurhoffbrug maakt duidelijk hoe kwetsbaar een logistieke planning wordt wanneer veel transport afhankelijk is van dezelfde wegverbinding. Voor vervoerders die dagelijks containers op de Maasvlakte ophalen, telt iedere minuut vertraging door in de inzet van chauffeurs en voertuigen. De Dutch Fresh Port Corridor laat zien wat een betrouwbare binnenvaartroute kan betekenen. Maar om die mogelijkheid goed te benutten, moet de hele keten meewerken.

Waalhaven

Sinds september wordt het verkeer richting de Maasvlakte op de oude Suurhoffbrug over de vluchtstrook geleid. Voor vervoerders is dat opnieuw een reden om kritisch naar hun planning te kijken. Welke ritten moeten daadwerkelijk met een vrachtwagen naar de Maasvlakte? En voor welke containers bestaat er een andere route?

De Dutch Fresh Port Corridor biedt zo’n route. Via een vaste binnenvaartverbinding reizen containers van de Maasvlakte -DDN terminal naar de Waalhaven. Van daaruit gaan ze verder naar bedrijven op Dutch Fresh Port in Barendrecht en Ridderkerk. Wat begon met een proef, groeit uit een operationele verbinding met drie afvaarten per week.

Dat betekent niet dat de vrachtwagen overbodig wordt. Het betekent dat een vervoerder kan kiezen waar hij zijn chauffeurs inzet. Voor geschikte ladingstromen hoeft een chauffeur niet zelf het hele traject van en naar de Maasvlakte af te leggen. Hij kan de container vanaf de hub verder vervoeren en zijn overige uren inzetten voor andere opdrachten.

Voor een transportbedrijf is dat meer dan een antwoord op verkeershinder. Het kan ook ruimte bieden om meer volume te verwerken, zonder voor iedere extra container een extra chauffeur naar de Maasvlakte te sturen.

Deepsea-terminals zijn ingericht om grote aantallen containers van zeeschepen te verwerken. Binnenvaartschepen kunnen containers bundelen en over water naar een hub brengen. Vrachtwagens bieden vervolgens de flexibiliteit die nodig is voor de levering bij de klant.

Door die schakels goed te combineren, hoeft niet iedere container dezelfde weg af te leggen. De Waalhaven kan daarbij fungeren als logistieke buffer tussen de Maasvlakte en het achterland. Containers komen dichter bij hun bestemming beschikbaar, terwijl vervoerders minder ritten naar drukke deepsea-terminals hoeven te plannen.

Dat geeft verladers een extra optie en vervoerders meer vrijheid in de inzet van hun capaciteit. Zeker wanneer een belangrijke wegverbinding zoals de Suurhoffbrug beperkingen kent, is die keuze waardevol.

De binnenvaartverbinding kan alleen aantrekkelijk zijn als de volledige reis betrouwbaar verloopt. Een vaste afvaart helpt, maar een schip moet zijn containers ook op tijd kunnen laden bij de deepsea-terminal. Lange wachttijden aan de kade werken door in de planning van de hub, de vervoerder en uiteindelijk de klant.

Daarom ligt de uitdaging niet uitsluitend op het water. Terminals, binnenvaartoperators, vervoerders en verladers moeten samen afspraken maken over capaciteit, tijdvensters en informatie. Als de afhandeling op de Maasvlakte niet voorspelbaar is, blijft ook de groeiruimte van een bestaande binnenvaartverbinding beperkt.

De partijen van de Dutch Fresh Port Corridor bewijzen dat jij samenwerking kunt organiseren. De volgende stap is om meer punt-punt verbindingen verder op te zetten en de afhandeling in de hele keten mee te laten groeien.

Samenwerking gaat verder dan de fysieke verplaatsing van containers. Ook de douaneafhandeling bepaalt hoe snel een container van de ene schakel naar de volgende kan.

Een voorbeeld is het documentloos overbrengen van containers tussen aangewezen RTO-locaties. RTO staat voor ruimte voor tijdelijke opslag. Bij documentloos overbrengen wordt de overdracht digitaal vastgelegd, zonder voor iedere verplaatsing een afzonderlijk douanevervoersdocument op te maken. De lading blijft daarbij onder douanetoezicht.

Volgens Waalhaven Group wordt deze mogelijkheid al gebruikt voor vervoer vanaf de APM-terminal naar locaties in de Botlek en Waalhaven. Daardoor kunnen containers dichter bij de eindbestemming worden afgehandeld en opgehaald. Voor vervoerders kan dat ritten naar de deepsea-terminal en onproductieve chauffeururen beperken. Het vraagt wel dat de deelnemende locaties, systemen en douaneprocedures goed op elkaar aansluiten.

De beperking bij de Suurhoffbrug zal niet de laatste verstoring zijn waarmee de logistieke sector te maken krijgt. Tegelijkertijd groeit de vraag naar transport, terwijl ruimte op de weg en de beschikbaarheid van chauffeurs niet onbeperkt zijn.De oplossing ligt niet altijd in meer vrachtwagens of meer mensen. Soms begint groei met een andere verdeling van het werk: containers gebundeld over water, afhandeling via een hub en chauffeurs op de trajecten waar hun flexibiliteit het meeste oplevert.

De Dutch Fresh Port Corridor laat zien wat er al mogelijk is. Om daar meer vervoerders en verladers van te laten profiteren, moeten alle schakels blijven meewerken: op het water, aan de kade, op de weg én in de administratieve afhandeling.