Logo JCOR

Laagwater legt de binnenvaart niet stil

Gepubliceerd op 9 september 2026

 

oplus_0

Laagwater betekent niet dat de binnenvaart stilvalt. Toch ontstaat momenteel al snel dat beeld. In werkelijkheid kan op het overgrote deel van de Nederlandse vaarwegen gewoon worden gevaren. Alleen de hoeveelheid lading die een schip kan meenemen, kan tijdelijk afnemen.

“Het grootste misverstand over laagwater en de binnenvaart is dat het op alle waterwegen geldt. Dat is absoluut niet zo,” zegt binnenvaartdeskundige Miranda Volker. “Ook bij laagwater wordt er nog steeds gevaren. Afhankelijk van de vaarweg nemen schepen alleen minder lading mee.”

Nederland, en ook België, beschikt over een groot netwerk van kanalen en rivieren. Op veel daarvan wordt het waterpeil met sluizen en stuwen op niveau gehouden. Denk bijvoorbeeld aan grote doorgaande vaarwegen als het Amsterdam-Rijnkanaal, de Lek, de Nederrijn, het IJsselmeer, de Maas en het Julianakanaal. Deze vaarwegen zijn daardoor veel minder gevoelig voor lage rivierafvoeren.

De Waal, de IJssel en het Twentekanaal zijn wel gevoeliger voor laagwater. Dat betekent echter niet dat daardoor heel Nederland met dezelfde beperkingen te maken heeft. Voor veel bedrijven verandert er op hun vaarroute weinig.

“Voor het Nederlandse vervoer is laagwater daarom op veel trajecten geen belemmering,” aldus Volker.

Plaatje vaarwegen NL

De rode lijnen zijn meest gevoelig voor diepgangsbeperkingen

Dat betekent niet dat laagwater geen gevolgen heeft. Op natuurlijke rivieren zoals de Waal neemt bij lage waterstanden de beschikbare diepgang af. Schepen kunnen daardoor minder diep liggen en dus minder lading meenemen. In extreme situaties kan de beladingsgraad flink teruglopen. Er zijn dan meer schepen nodig om dezelfde hoeveelheid goederen te vervoeren en de kosten per ton of container nemen toe. Dit heeft ook tijdelijk invloed op de vervoerscapaciteit van de volledige binnenvaartvloot.

Maar minder lading kunnen meenemen is iets anders dan niet kunnen varen. Ook richting Duitsland blijft de scheepvaart bij lage waterstanden doorgaan. Schepen passen hun belading aan en zoeken waar nodig naar oplossingen, bijvoorbeeld door lading over meerdere schepen te verdelen of schepen te koppelen.

Voor bedrijven is het daarom belangrijk om niet alleen naar de actuele waterstanden te kijken, maar vooral naar de eigen logistieke route. Welke vaarweg wordt gebruikt? Hoeveel last heeft die route daadwerkelijk van laagwater? En zo ja, zijn er dan alternatieve routes of terminals beschikbaar?

Voor sommige bedrijven kan een andere binnenhaven bijvoorbeeld een oplossing bieden, waarbij alleen het laatste deel van de route met de vrachtwagen wordt afgelegd. Zo blijft het grootste deel van het transport over water plaatsvinden.

Daarbij is het belangrijk om naar het hele jaar te kijken. Een periode met laagwater kan de binnenvaart tijdelijk duurder of complexer maken, maar dat betekent niet automatisch dat vervoer over water op jaarbasis geen aantrekkelijke optie is.

Het gaat om de totale logistieke keten en de kosten en betrouwbaarheid over het hele jaar. Binnenvaart kan, ondanks een periode met laagwater, op jaarbasis nog steeds een aantrekkelijke oplossing zijn.

Volgens Volker heeft circa 80 procent van de bedrijven in Nederland er bij het binnenlands transport geen last van, omdat zij gebruik kunnen maken van voldoende gereguleerde vaarwegen.

Voor bedrijven ligt er daarom vooral een kans om zich vooraf voor te bereiden. Denk aan afspraken met operators, alternatieve terminals, het tijdelijk anders positioneren van voorraad of een alternatief achterlandtransport voor het laatste deel van de route.

De conclusie is daarmee duidelijk: laagwater kan de binnenvaart tijdelijk duurder en complexer maken, maar legt het Nederlandse vaarwegennet zeker niet stil. Kijk daarom niet alleen naar de waterstand van vandaag, maar naar de eigen route én naar de prestaties van de verschillende modaliteiten over een heel jaar.

“Bereid je voor, maak goede afspraken met je operators en zorg dat je weet wat je uitwijkmogelijkheden zijn. Maar kijk eerst: heb ik hier überhaupt last van?”